We geven een aantal redenen dat de prijzen van ruwe olie gaan stijgen.

Technische analyse

Marktanalist Gareth Soloway onthult zijn “Next big trade” in de grondstoffenmarkt: ruwe olie. In de video legt Gareth de mechanismen van institutionele rotatie uit; hoe slimme beleggers winnende posities zoals zilver en goud verlaten om kapitaal te herinvesteren in achterblijvers die nog niet in waarde zijn gestegen.

Zilver nadert de $100 en goud de $5.000, maar de grootste winsten in deze metalen liggen mogelijk al achter ons.

Met behulp van pure technische analyse identificeert Gareth een enorme uitbraak op de grafiek van ruwe olie (CL) futures. Hij ontkracht ook het gangbare verhaal rond de olievoorziening van Venezuela en legt uit waarom infrastructuur- en arbeidskosten een olieprijs van $60 onhoudbaar maken voor grote producenten.

Oorlog in Iran is nog lang niet afgelopen

Ook Martin Armstrong voorspelt dat de olieprijzen zullen blijven stijgen als gevolg van het aanhoudende conflict en de geopolitieke instabiliteit. Hoewel de VS slechts 3% van hun olie uit het Midden-Oosten importeren, is Europa kwetsbaarder vanwege de afhankelijkheid van import uit die regio.

Hij bekritiseert het gebruik van strategische oliereserves voor politieke winst op korte termijn, zoals de vrijgave van reserves om de benzineprijzen tijdens verkiezingen te drukken. Armstrong stelt dat dergelijke maatregelen onvoldoende zijn om te voldoen aan de dagelijkse vraag naar zes miljoen vaten geïmporteerde olie.

De volatiliteit op de oliemarkten zal naar verwachting aanhouden, waarbij de prijzen sterk reageren op geopolitieke gebeurtenissen zoals aanvallen in de Straat van Hormuz.

Inflatie

De laatste reden is inflatie. We zien de afgelopen jaren overal stijgende prijzen, maar niet voor olie. De olieprijs noteert eigenlijk op hetzelfde niveau als 2008. En dat is opmerkelijk, want er is inmiddels zo’n zes keer meer geld in omloop.

Volgens Maarten Verheyen is de situatie vergelijkbaar met die van 1973. De waarde van de dollar was destijds flink gedaald. Eind 1970 had je maar $35 nodig om een ounce goud te kopen. Drie jaar later (in 1973) had je al $100 nodig om diezelfde ounce te betalen.

De waarde van de dollar was met twee derde gedaald, maar dat was nog niet zichtbaar in de olieprijs die rond de $3 per vat bleef hangen. De olieprijs moest dus verdrievoudigen om de waardedaling van de dollar te compenseren en dat gebeurde kort erna ook. De olieproducerende landen gebruikten de Jom Kipoeroorlog als aanleiding om de olieprijzen fors op te trekken.

Initieel werd gedacht dat de stijgende olieprijzen het gevolg waren van een tijdelijke olieschok en dat de prijzen op een gegeven moment weer zouden “normaliseren”. Maar de olieprijzen keerden nooit meer terug naar het eerdere niveau. De prijsaanpassing was een permanente herwaardering, gedreven door de devaluatie van de dollar.

En iets gelijkaardigs staat ons mogelijk nu te wachten. ​De goudprijs steeg van $800 in 2007 naar $5.000 vandaag. Je hebt nu zes keer meer dollars nodig om diezelfde ounce goud te kopen, dat is een devaluatie van 84%.

Die devaluatie is tot op heden niet zichtbaar in de olieprijs. Het zou vreemd zijn als de olieproducerende landen op een gegeven moment geen prijsaanpassing zullen doorvoeren.

#geld, #lijstjes, #olie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *